Wij zijn driehoekjes

Uiteraard zijn er nogal wat dingen die spelen bij het terugkeren van ‘het veld’ door zendelingen of, zoals wij ‘officieel’ heten: missionair diaconale werkers. Veel heeft te maken met verwachtingen. Die van je zelf, en die van de ander.
Bijvoorbeeld: in hoeverre verwachten wij dat we nog ‘gewoon’ Nederlanders zijn? En in hoeverre verwacht jij dat van ons? Dit hoort bij onze grootste angstbeelden. Begrijpen ze ons wel? Wij maken echt hele andere keuzes dan we tien jaar geleden zouden hebben gemaakt. En dat heeft hier mee te maken.

Wat ons hier bij helpt is denken in een bepaald beeld. 

Nederlanders stellen we ons voor als culturele rondjes. We stellen Roemenen even voor als culturele vierkantjes. (zoek even niets achter de keuze van die concrete vormen, het hadden ook parallellogrammen kunnen zijn en zo, maar dan wordt de tekst zo lang).
Uiteraard zijn wij Nederlanders als culturele rondjes niet verenigbaar met vierkantjes, dus wil je in Roemenië wonen, dan moet je je aanpassen. Maar een vierkantje ga je nooit worden. Je bent daar niet geboren. Dus word je een ‘derde vorm’. Iets wat daar op lijkt. Een driehoekje bijvoorbeeld. Zo word je lokaal ook ervaren. Immers, je bent nooit écht Roemeen.

Maar ga je terug naar Nederland, dan blijf je een driehoekje. Je wordt nooit meer echt Nederlander, want je hebt je flink wat van de vierkante cultuur eigen gemaakt. Zeker na  1/4 van ons leven, en voor Rebecca, haar hele leven in Roemenië. Ze heeft een  paspoort van een rondje, ze is toch echt eerder een ‘vierkantje’ die toevallig ook Nederlands spreekt. Dus ook al zien we er cultureel uit  als een rondje, we ervaren de wereld als waren we een driehoek.

Als je dan zelf niet aanvaardt dat je een driehoekje bent geworden, of als je omgeving dat niet van je kan accepteren of begrijpen, dan heb je dus een probleem.

Tijdens een korte vakantie in Nederland, of bezoek hier, viel dat wellicht niet erg op. Maar nu ga je het zien. Wij en jullie; we zijn anders.
Voor ons maakt het dus ook veel uit wat jij van ons verwacht. Dat je begrijpt dat we veel niet meer begrijpen in ons eigen land. En dat je begrijpt dat de cultuurshock die je hebt als je aan zo’n avontuur begint opnieuw moet worden afgelegd. Maar nu terwijl de meeste omstanders dat maar raar vinden.

Je gaat van een gevoel van nuttig zijn naar een gevoel van nutteloos zijn. Van een kenner van je gastland, naar een vreemde eend in de je eigen bijt. Niets is meer vanzelfsprekend. Van het regelen van een buskaartje, tot veranderde omgangsvormen. Dat zelf verrast zijn dat we wellicht meer voelen bij dit gedicht dan bij iets vergelijkbaar Nederlands.
Als je erin zit en het meemaakt heb je het niet in de gaten, maar in 8 jaar verandert er veel in een land… en in je eigen ziel.